ECLI:NL:CRVB:2006:AX3092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische en arbeidskundige grondslag
Appellante heeft haar werkzaamheden als administratief medewerkster gestaakt vanwege klachten aan haar rechteroor en handen en voeten en heeft een WAO-uitkering aangevraagd. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij volgens het medisch en arbeidskundig onderzoek nog in staat zou zijn om met geschikte werkzaamheden een inkomen te verwerven met minder dan 15% verlies aan verdiencapaciteit.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en vond dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en de arbeidskundige grondslag juist waren vastgesteld. In hoger beroep stelde appellante dat de FML onvolledig was, met name omdat een beperking voor constant beeldschermwerk niet was verwerkt, en dat zij ten onrechte geen urenbeperking kreeg toegekend.
De Raad stelde vast dat de arbeidsdeskundige bij de selectie van geschikte functies was uitgegaan van een onvolledige FML, waardoor de schatting van arbeidsongeschiktheid ondeugdelijk was. Het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat er geen medische reden was voor beperking van beeldschermwerk was onvoldoende onderbouwd en in strijd met eerdere medische beoordelingen.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en gelastte het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de bevindingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot afwijzing van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt gelast een nieuw besluit te nemen.