ECLI:NL:CRVB:2006:AX3095
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks betwisting medische grondslag en belastbaarheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Almelo waarin werd geoordeeld dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid op 15 tot 25% heeft vastgesteld per 28 augustus 2002. Appellant betwistte de medische onderbouwing van het besluit en stelde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening hield met zijn klachten aan rechterhand, rug, nek en huid, waardoor de voorgehouden functies niet overeen zouden komen met zijn belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep heeft de medische gegevens, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en informatie van de behandelende sector, zorgvuldig beoordeeld. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellant ernstiger beperkt is dan reeds vastgesteld. Ook de toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige op mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid was voldoende gemotiveerd.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit van 27 februari 2003 in rechte stand kan houden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd overwogen dat appellant door het beroep niet in een nadeliger positie mag komen dan bij het oorspronkelijke besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat de arbeidsongeschiktheid van appellant 15-25% bedraagt.