ECLI:NL:CRVB:2006:AX3172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake premierestitutie werknemersverzekeringen
Betrokkene verzocht om restitutie van onverschuldigd betaalde premies werknemersverzekeringen over jaren vóór 2002, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en beleidsstandpunten. Het UWV wees dit verzoek af omdat geen sprake was van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden, zoals vereist voor herziening op grond van artikel 11, vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV).
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van het UWV. Het UWV ging tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de door betrokkene aangevoerde gronden niet als nieuw gebleken feiten of omstandigheden konden worden aangemerkt en dat de bezwaar- en beroepstermijn van zes weken niet was overschreden.
De Raad stelde vast dat de regeling in de CSV geen afwijking van de Awb bevat wat betreft herziening en dat de eerdere uitspraak van de Raad uit 2001 geen nieuw feit vormt. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het UWV ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van het UWV ongegrond wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of omstandigheden.