ECLI:NL:CRVB:2006:AX3246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens niet tijdige melding werkhervatting en inkomsten
Betrokkene, arbeidsongeschikt verklaard na een whiplash, ontving vanaf 1999 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Vanaf 1 mei 2000 hervatte hij werkzaamheden als hoofd magazijn bij een thuiszorgwinkel voor 24 uur per week. Het Uwv herzag daarop zijn uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid met terugwerkende kracht. Betrokkene had dit werk en de inkomsten niet tijdig gemeld, waardoor het Uwv de uitkering niet tijdig kon aanpassen.
De rechtbank vernietigde het besluit van het Uwv wegens een verkeerde regeling, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Zowel betrokkene als het Uwv gingen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 44 van Pro de WAO van toepassing is en dat terugwerkende kracht gerechtvaardigd is bij onjuiste of onvolledige informatieverschaffing door betrokkene.
De Raad stelde vast dat betrokkene redelijkerwijs had moeten weten dat de werkhervatting invloed had op zijn uitkering en dat hij niet tijdig aan zijn informatieplicht had voldaan. Ook het feit dat de thuiszorgwinkel een REA-aanvraag deed, verving deze plicht niet. De Raad verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de herziening van zijn WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd.