ECLI:NL:CRVB:2006:AX5449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontzegging kinderbijslag wegens onvoldoende bewijs onderhoud kinderen
Appellant maakte bezwaar tegen de weigering van kinderbijslag over het vierde kwartaal van 2001 voor zijn drie kinderen, omdat hij volgens de Sociale verzekeringsbank (Svb) niet op eenvoudig te controleren wijze had aangetoond dat hij zijn kinderen in belangrijke mate had onderhouden. De Svb baseerde dit op het feit dat de kinderen niet tot het huishouden van appellant behoren en dat de onderhoudsbetalingen niet rechtstreeks aan de verzorgster, de echtgenote van appellant, maar aan diens broer waren gedaan.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn broer medeverzorger is en de financiële zaken regelt vanwege de gezondheidsproblemen en analfabetisme van zijn echtgenote. De Svb wijzigde haar standpunt en erkende de broer als (mede)verzorger, maar handhaafde de weigering omdat appellant geen ontvangstbewijs kon overleggen van een van de betalingen.
De Raad oordeelde dat appellant in zijn procesbelangen is geschaad door de gewijzigde grondslag van de Svb en vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand omdat appellant niet heeft aangetoond dat de betalingen daadwerkelijk de verzorgers hebben bereikt. De Raad veroordeelde de Svb tot betaling van de proceskosten en vergoedde het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot ontzegging van kinderbijslag wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege onvoldoende bewijs van onderhoud.