ECLI:NL:CRVB:2006:AX6741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek gedifferentieerde WAO-premie wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft bij het UWV verzocht om herziening van eerder vastgestelde gedifferentieerde WAO-premies over de jaren 1998, 1999, 2001 en 2002. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuw gebleken feiten of evidente onjuistheden in de oorspronkelijke besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gedeeltelijk gegrond door een evidente onjuistheid te erkennen, maar wees het beroep voor het overige af.
Appellante ging tegen deze beslissing in hoger beroep en betoogde dat het UWV onjuist had gehandeld door het herzieningsverzoek af te wijzen en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat het UWV in vergelijkbare gevallen wel tot herziening was overgegaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de door appellante aangevoerde feiten en omstandigheden niet als nieuw konden worden beschouwd, aangezien deze in eerdere procedures aan de orde hadden kunnen komen.
Verder stelde de Raad dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet als een nieuw feit kan worden aangemerkt dat herziening rechtvaardigt. Het UWV had naar redelijkheid gehandeld binnen zijn discretionaire bevoegdheid door het verzoek af te wijzen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek van appellante wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en geen schending van het gelijkheidsbeginsel.