ECLI:NL:CRVB:2006:AX6760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verstrekking aangepaste auto en primair collectief vervoer
Appellant verzocht om verstrekking van een aangepaste auto ter vervanging van een eerder verstrekte vervoersvoorziening. Het bestuur van het Regionaal Orgaan Gehandicaptenvoorzieningen weigerde dit op grond van het primaat van het collectief vervoer en het beginsel van goedkoopst adequate voorziening. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overweegt dat appellant, gelet op het indicatieadvies van de medisch adviseur, in staat is gebruik te maken van collectief vervoer en een scootmobiel, waarmee hij zijn sociale en vrijwilligersactiviteiten kan uitvoeren. De Raad wijst erop dat maatschappelijke organisaties primair verantwoordelijk zijn voor het faciliteren van vrijwilligers via reiskostenvergoeding.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de toepasselijke regelgeving en jurisprudentie. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot verstrekking van een aangepaste auto en het primaat van collectief vervoer.