ECLI:NL:CRVB:2006:AX6797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingezetenschap voor kinderbijslag bij langdurig verblijf in Marokko
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) dat hij vanaf het vierde kwartaal van 2004 geen recht meer heeft op kinderbijslag omdat hij niet meer verzekerd is voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard.
De kern van het geschil is of appellant nog als ingezetene van Nederland kan worden beschouwd. De Raad hanteert vaste jurisprudentie waarin het middelpunt van het maatschappelijk leven bepalend is voor het ingezetenschap. Appellant verbleef 6 tot 10 maanden per jaar in Marokko bij zijn gezin en slechts kort in Nederland. Hij heeft zelfstandige woonruimte in Nederland opgegeven en huurt een woning in Marokko voor zijn gezin.
De Raad concludeert dat appellant zich in Marokko heeft gevestigd en dat zijn binding met Nederland onvoldoende is om hem als ingezetene te beschouwen. De juridische, sociale en economische bindingen met Marokko zijn minstens even sterk. Daarom is het besluit van de SVB terecht en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op kinderbijslag omdat hij niet langer als ingezetene van Nederland wordt beschouwd.