ECLI:NL:CRVB:2006:AX6803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering directeur-grootaandeelhouder
Appellant, voormalig bestuurder van een besloten vennootschap, vroeg een WAO-uitkering aan die door het UWV werd geweigerd op grond dat hij niet verzekerd was omdat hij niet voldeed aan de voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant als directeur-grootaandeelhouder niet verzekerd was volgens de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder.
Appellant was samen met zijn drie broers en zussen aandeelhouder van de vennootschap via een onverdeelde nalatenschap, waarbij een derde partij gemachtigd was het beheer te voeren. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom artikel 3 van Pro de regeling niet van toepassing was, waarin een bestuurder die daadwerkelijk ondergeschikt is aan de algemene vergadering van aandeelhouders niet als directeur-grootaandeelhouder wordt aangemerkt.
De Raad vernietigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te weigeren wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.