ECLI:NL:CRVB:2006:AX7367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante was sinds 10 september 2001 arbeidsongeschikt met een uitkering op grond van de WAO. Het UWV trok de uitkering per 22 mei 2002 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Appellante meldde zich op 24 mei 2002 toegenomen arbeidsongeschikt, maar het UWV weigerde de uitkering te heropenen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat arbeidsongeschiktheid alleen kan worden vastgesteld als een verzekerde op objectieve medische gronden niet in staat is passende arbeid te verrichten. Appellante heeft psychosomatische klachten en problemen in de privésfeer, maar deze leiden niet tot een toename van arbeidsongeschiktheid als rechtstreeks medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek. De knieoperatie vond plaats na de relevante datum en de overgelegde medische stukken zijn onvoldoende onderbouwd.
De Raad ziet geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen of te herzien en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van een toegenomen arbeidsongeschiktheid op objectieve medische gronden.