ECLI:NL:CRVB:2006:AX7435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dagloon WW en toekenning wettelijke rente en proceskosten
Appellant was tot 2 maart 2004 werkzaam bij een werkgever die failliet ging. Daarna werkte hij via een uitzendbureau tot 28 mei 2004. Het UWV stelde bij besluit het dagloon vast op €121,14 en hield geen rekening met vakantiebonnen. Na bezwaar en een rechtbankuitspraak die het besluit bevestigde, nam het UWV een nieuw besluit waarin het dagloon werd verhoogd naar €129,57 inclusief vakantiebonnen, met een nabetaling van €657,36.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het nieuwe besluit het eerdere besluit vervangt en dat appellant daardoor belang heeft bij vernietiging van het oude besluit. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente over de nabetaling vanaf 31 mei 2004 en tot betaling van de proceskosten.
De Raad bepaalt dat het UWV het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten met toestemming van partijen. De uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker op 1 juni 2006.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellant.