ECLI:NL:CRVB:2006:AX8394

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-2302 CSV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16d CSV
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde werknemersverzekeringspremies

Appellant is als bestuurder van Alkins B.V. hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen over 2001 ter hoogte van €14.308,14. De rechtbank Alkmaar had dit besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevestigd.

In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe gronden aangevoerd en bleef hij bij zijn eerdere stellingen. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank en het bestuursorgaan, waarbij het ontbreken van een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht en het vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur doorslaggevend zijn.

De Raad baseert zich tevens op faillissementsverslagen waaruit blijkt dat appellant onrechtmatige betalingen aan zichzelf heeft verricht terwijl het faillissement dreigde. Appellant heeft deze bevindingen niet concreet weerlegd. Daarom wordt de aansprakelijkheid bevestigd en worden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/2302 CSV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Namens appellant is door mr. H.G.R. Meulmeester, advocaat te Amstelveen, op bij beroepschrift aangevoerde gronden bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 3 maart 2005, kenmerk 04/1363.
Namens gedaagde is een op 9 augustus 2005 gedagtekend verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op
9 maart 2006. Partijen zijn daar niet verschenen.
II. MOTIVERING
Partijen verschillen in dit geding over het antwoord op de vraag of appellant als bestuurder van Alkins B.V. terecht en op goede gronden hoofdelijk aansprakelijk is gesteld voor de door genoemde vennootschap onbetaald gelaten premies werknemersverzekeringen over 2001 tot een bedrag van € 14308,14.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank gedaagde overeenkomstig diens na bezwaar genomen besluit van 26 mei 2004 in het gelijk gesteld.
In hoger beroep heeft appellant in essentie geen andere grieven ontwikkeld dan in eerste aanleg en is zonder nadere motivering bij zijn eerdere stellingen gebleven.
De Raad overweegt te dien aanzien dat hij zich verenigt met de naar behoren gemotiveerde, op artikel 16d CSV steunende zienswijze van de rechtbank in de aangevallen uitspraak dat er geen sprake is geweest van een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht, terwijl er evenmin een dragende grond wordt aangevoerd ter ontkrachting van het vermoeden dat er van de zijde van appellant als bestuurder van de vennootschap sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur ten tijde in geding.
Daarentegen heeft de Raad uit de onderbouwde faillissementsverslagen van de curator van 7 mei 2002 en van 26 september 2002 onbetwist kunnen afleiden dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan een paulianeus, bestuurlijk onverantwoord tot kennelijk onbehoorlijk bestuur leidend handelen, zoals het verrichten van onrechtmatige betalingen aan zichzelf bij binnenkomende inkomsten op de bankrekening van de vennootschap, terwijl het faillissement daarvan dreigde.
De Raad stelt vast dat appellant geen concludente, concrete argumenten heeft aangedragen welke de bevindingen uit die rapporten op enigerlei wijze weerleggen.
Het hoger beroep van appellant slaagt derhalve volgens de Raad niet en de aangevallen uitspraak van de rechtbank komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2006.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) R.E. Lysen.
BKH 160306