ECLI:NL:CRVB:2006:AX8448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van in rechte vaststaand WAO-dagloon wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) terug te komen op het in 1975 vastgestelde WAO-dagloon. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening konden rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad verwijst naar artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat bij een verzoek tot terugkomen op een eerder besluit nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld. Appellant stelde als nieuw feit dat zijn dagloon in 1972 was vastgesteld op een bepaald bedrag en overhandigde een verklaring ter onderbouwing. Dit werd echter niet als voldoende nieuw of veranderend beschouwd.
De Raad oordeelt dat het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen zonder nader onderzoek en dat dit niet in strijd was met rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. De Raad acht geen aanleiding voor een kostenveroordeling en bevestigt het eerdere vonnis.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om terug te komen op het vastgestelde WAO-dagloon wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.