ECLI:NL:CRVB:2006:AX8610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging medische beoordeling en geschiktheid arbeidsmogelijkheden in WAO-schatting
Appellant stelde zich op het standpunt dat het medisch onderzoek door het UWV onzorgvuldig was geweest, omdat het was gebaseerd op oude en summiere informatie van de behandelende sector en niet alle lichamelijke klachten waren opgenomen in de functionele mogelijkhedenlijst.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het medisch oordeel van de verzekeringsartsen van het UWV juist was, gebaseerd op voldoende medische gegevens. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat de meest recente medische informatie van de behandelende uroloog en radioloog dateert van kort voor en na de datum in geschil, zodat geen sprake is van verouderde medische gegevens.
Appellant gaf aan niet meer onder behandeling te zijn en dat er geen nieuwe medische gegevens beschikbaar zijn. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellant op de datum in geschil ernstiger beperkt was dan door het UWV werd aangenomen. Ook acht de Raad de voorgehouden functies medisch geschikt voor appellant.
De Raad ziet geen reden om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem. De medische beperkingen van appellant zijn niet onderschat en het besluit van het UWV blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellant geschikt is voor de voorgehouden functies en dat zijn medische beperkingen niet zijn onderschat.