ECLI:NL:CRVB:2006:AX8694
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tweede-generatie gelijkstelling WUV-uitkering
Appellant heeft in 1975 een aanvraag ingediend voor een WUV-uitkering, die in 1976 werd afgewezen omdat hij geen vervolging had ondergaan en geen gelijkstelling met vervolgde mogelijk was. In 2004 verzocht appellant opnieuw om gelijkstelling op basis van tweede-generatie oorlogsproblematiek, maar dit verzoek werd afgewezen op grond van artikel 61, tweede lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wet).
De Raad overwoog dat het beleid van verweerster sinds 1 januari 2002 bepaalt dat herziening alleen mogelijk is bij een aperte, verwijtbare beoordelingsfout in het eerdere besluit. Dit beleid geldt ook voor personen die voor de bevrijding zijn geboren. De Raad vond geen grond om het bestreden besluit te vernietigen, mede omdat de psychische klachten van appellant na de wetswijziging niet meer leiden tot gelijkstelling.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De Raad wees tevens een verzoek om vergoeding van proceskosten af op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door G.L.M.J. Stevens op 1 juni 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een WUV-uitkering op grond van tweede-generatie gelijkstelling wordt ongegrond verklaard.