ECLI:NL:CRVB:2006:AX8696
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Weigering periodieke WUV-uitkering wegens onvoldoende invaliditeit door psychische klachten
Appellante, geboren in 1935 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg in februari 2004 een periodieke uitkering aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Verweerster erkende appellante als vervolgde, maar weigerde de uitkering omdat de psychische klachten die voortvloeiden uit het omkomen van haar vader tijdens de oorlog niet leidden tot invaliditeit zoals vereist in artikel 7 van Pro de Wet.
Appellante stelde bezwaar en beroep in, maar de Raad oordeelde dat de medische adviezen, gebaseerd op een onderzoek van 12 oktober 2004, voldoende gemotiveerd waren. De klachten leidden wel tot enige beperkingen in sociaal functioneren, maar niet tot een verminderd functioneren ten opzichte van leeftijdgenoten, wat noodzakelijk is voor toekenning.
De Raad benadrukte dat de beoordeling van medische gevolgen van oorlogservaringen individueel is en dat het feit dat familieleden wel een uitkering ontvingen niet tot een ander oordeel leidt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de periodieke WUV-uitkering gehandhaafd.