ECLI:NL:CRVB:2006:AX8753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens vermeend plichtsverzuim wegens schending ambtsgeheim niet gegrond verklaard
Betrokkene was werkzaam als wijkagent bij de politieregio Limburg-Zuid. In 2002 werd een onderzoek ingesteld naar mogelijke schending van het ambtsgeheim door betrokkene, omdat hij zou hebben getipt aan een verdachte over een melding van een hennepplantage. Op basis van dit onderzoek legde de korpsbeheerder betrokkene ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit ontslag gegrond en vernietigde het besluit, omdat het bewijs onvoldoende was om het plichtsverzuim aan te tonen. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank ten onrechte aannam dat betrokkene de namen van de meldders had doorgegeven, terwijl het verwijt was dat hij de verdachte had gewaarschuwd over de melding zelf.
De Raad concludeerde dat onvoldoende aannemelijk was dat betrokkene op de relevante datum al op de hoogte was van de melding en dat de verklaringen van getuigen niet overtuigend waren. Betrokkene had wel een algemeen gesprek gevoerd over hennepplantages, wat passend was binnen zijn functie. Omdat niet was komen vast te staan dat betrokkene plichtsverzuim had gepleegd, ontbrak de bevoegdheid om hem te straffen. De Raad bevestigde daarom de vernietiging van het ontslagbesluit en veroordeelde de appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens plichtsverzuim wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs, en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.