ECLI:NL:CRVB:2006:AX8785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van geen nieuwe feiten
Appellante heeft bij besluit van 17 december 1984 een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) geweigerd gekregen omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest en op het moment van onderzoek minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Dit besluit is onherroepelijk geworden.
In 2001 diende appellante een nieuwe aanvraag in met de stelling dat zij vanaf haar geboorte gehandicapt was. Het UWV besloot op 15 september 2002 niet terug te komen op het eerdere besluit en weigerde de uitkering opnieuw, mede omdat appellante niet voldeed aan de inkomenseis vanaf 1 januari 1992.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat de overgelegde rapporten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en stelt dat de nieuwe rapporten slechts nadere beschouwingen zijn van reeds bekende feiten en omstandigheden. Er is geen reden om het eerdere besluit te herzien.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en acht geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De weigering van het UWV om terug te komen op het eerdere besluit blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het eerdere besluit tot weigering van een arbeidsongeschiktheidsuitkering.