ECLI:NL:CRVB:2006:AX8791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctienota’s en boetenota’s voor privaatrechtelijke dienstbetrekking directievennootschappen
Appellante, een vennootschap, maakte bezwaar tegen correctie- en boetenota’s van het UWV over de premiejaren 1998 tot en met 2000. Deze nota’s betroffen niet afgedragen premies over betalingen aan persoonlijke vennootschappen van de directieleden, die tevens aandeelhouders zijn. De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, gebaseerd op de aanwezigheid van persoonlijke arbeidsverrichting, loonbetaling en een gezagsverhouding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, hoewel op andere gronden. De Raad stelt vast dat tussen partijen vaststaat dat de directieleden in een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding stonden, tenzij er relevante wijzigingen in omstandigheden waren, welke niet zijn gebleken. De correctie- en boetenota’s worden daarom niet onrechtmatig geacht.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 juni 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de correctie- en boetenota’s terecht zijn opgelegd en wijst het hoger beroep van appellante af.