ECLI:NL:CRVB:2006:AX8799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking eigenrijder bij transportbedrijf
Appellante exploiteert een (inter-)nationaal transportbedrijf en maakt gebruik van de diensten van betrokkene, een eigenrijder met eigen trekker maar oplegger van appellante. Het geschil betreft de vraag of betrokkene vanaf 1 juli 2002 in een privaatrechtelijke dienstbetrekking voor appellante werkzaam was.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had het beleid gewijzigd waardoor het bezit van een vervoersvergunning niet langer doorslaggevend was voor het niet aannemen van verzekeringsplicht. De rechtbank Arnhem oordeelde dat voldaan was aan de voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking: gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetaling.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat betrokkene persoonlijk de werkzaamheden verrichtte, ondanks enige vrijheid zoals het bepalen van vertrekbestemming en het weigeren van ritten. De gezagsverhouding blijkt uit de inplanning door appellante en het moeten houden aan laad- en lostijden. De vergoeding per gereden kilometer wordt aangemerkt als loon.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam was en wijst het hoger beroep af.