ECLI:NL:CRVB:2006:AX8803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling privaatrechtelijke dienstbetrekking eigenrijder in transportbedrijf
Appellante exploiteert een internationaal transportbedrijf en maakt gebruik van een eigenrijder die met eigen trekker maar oplegger van appellante rijdt. Het geschil betreft de vraag of deze eigenrijder vanaf 1 juli 2002 in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkte, waarbij het UWV het beleid had gewijzigd dat bezit van een vervoersvergunning niet langer doorslaggevend is voor het niet aannemen van verzekeringsplicht.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat voldaan was aan de voorwaarden voor een privaatrechtelijke dienstbetrekking: gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetaling. De eigenrijder moest persoonlijk rijden, kon zich niet vrij vervangen, werkte vrijwel dagelijks en werd ingepland door appellante. Hoewel hij enige vrijheid had, zoals het bepalen van vertrek en het weigeren van ritten, was dit niet onverenigbaar met gezag.
De vergoeding per kilometer werd als loon aangemerkt. De Raad onderschrijft deze overwegingen en benadrukt dat vervanging niet willekeurig was en dat de bedrijfsbelangen van appellante de vrijheid beperkten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat betrokkene werkzaam was in een privaatrechtelijke dienstbetrekking bij appellante.