ECLI:NL:CRVB:2006:AX8829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- R. Kooper
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schadevergoeding RSI ambtenaar Kamer van Koophandel
Appellante was sinds 1991 in dienst bij de Kamer van Koophandel en kreeg in 2002 eervol ontslag wegens ziekte. Zij stelde de Kamer aansprakelijk voor RSI-klachten die zij tijdens haar werkzaamheden had opgelopen. De Kamer weigerde een schadevergoeding toe te kennen, wat door appellante werd aangevochten.
De Raad oordeelde dat de algemeen directeur bevoegd was om te beslissen over het schadeverzoek. De brief van afwijzing werd als een besluit beschouwd waartegen bezwaar kon worden gemaakt. De Raad stelde vast dat appellante objectieve beperkingen had aan hand, arm en schouder, maar dat onvoldoende medisch bewijs bestond om het causaal verband met het werk en de diagnose RSI vast te stellen.
De Raad concludeerde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat onvoldoende onderzoek was gedaan, mede door het ontbreken van medische gegevens en onduidelijkheid over toestemming voor het inwinnen daarvan. Daarom werd het besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd en werd de Kamer van Koophandel opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij appellante nader medisch moet worden onderzocht.
Daarnaast werd de Kamer veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van de Kamer van Koophandel wordt vernietigd en zij wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na nader medisch onderzoek.