ECLI:NL:CRVB:2006:AX8859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.L. 't Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens overschrijding termijn AWBZ
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van november 1999 waarin haar inschrijving in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) per 1 januari 2000 werd beëindigd. Dit bezwaar werd bij besluit van 20 december 2000 gegrond verklaard, maar de rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij in de veronderstelling verkeerde dat de bezwaartermijn drie maanden bedroeg in plaats van zes weken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wettelijke termijn van zes weken van openbare orde is en strikt moet worden nageleefd. Omdat het bezwaar te laat was ingediend en er geen verschoonbare reden was, werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen waren niet verschenen bij de zitting van 31 mei 2006. De uitspraak werd op 9 juni 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.