ECLI:NL:CRVB:2006:AX8880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid voor niet betaalde premies en de betekenis van stortingen op g-rekeningen
In deze zaak staat de hoofdelijk aansprakelijkheid van betrokkene voor een deel van niet betaalde premies door een vennootschap centraal, waarbij betrokkene werknemers in 1999 van deze vennootschap heeft ingeleend. Betrokkene stelde dat hij een deel van het verschuldigde bedrag had gestort op een geblokkeerde rekening (g-rekening) van de vennootschap, bedoeld voor aanneming van werk, en betoogde dat dit tot vrijwaring van zijn aansprakelijkheid moest leiden.
De rechtbank Maastricht oordeelde dat een g-rekening voor inlening onderscheiden moet worden van een g-rekening voor aanneming van werk en vond dat appellant onvoldoende had gemotiveerd waarom hij geen gelden had ontvangen, terwijl deze wel op de g-rekening van de vennootschap waren gestort. De rechtbank vond dat appellant eerst de ontvanger had moeten benaderen om inzicht te verkrijgen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze uitspraak en stelde dat de aansprakelijkstelling moest worden beoordeeld naar de regelgeving die gold in 1999, waarbij stortingen op een g-rekening voor aanneming van werk geen vrijwarende betalingen opleverden. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij appellant en oordeelt dat de latere Uitvoeringsregeling 2004 niet van toepassing is op de aansprakelijkstelling over 1999. Het was aan betrokkene om te controleren of de g-rekening voldeed aan de vereisten voor vrijwaring.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.