ECLI:NL:CRVB:2006:AX8885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen opschorting bijstandsuitkering onterecht verklaard
Appellant stelde bezwaar in tegen het besluit van 27 augustus 2002 waarbij zijn recht op bijstand werd opgeschort wegens het niet verschijnen op de MegaBanenMarkt. Dit besluit werd op 28 november 2002 ongedaan gemaakt en de uitkering werd met terugwerkende kracht hervat. Het College verklaarde het bezwaar tegen het opschortingsbesluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 11 februari 2003 niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang zou hebben, aangezien de opschorting was teruggedraaid en de uitkering werd gecontinueerd. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het geschil over de aanvullende ziekenfondspremie geen inhoudelijke beoordeling rechtvaardigde.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat het College het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Gezien dit oordeel had de rechtbank het beroep ongegrond moeten verklaren in plaats van niet-ontvankelijk. Het geschil over de aanvullende verzekering blijft buiten beschouwing omdat het niet tot het primaire besluit behoort.
De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellant en bepaalt dat de gemeente Amsterdam het betaalde griffierecht vergoedt. De uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten op 13 juni 2006.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van 11 februari 2003 wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.