ECLI:NL:CRVB:2006:AX8923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen gezagsverhouding bij bemiddelingsbureau in particuliere thuiszorg
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht over de verzekeringsplicht van een zorgverlener die via een bemiddelingsbureau particuliere thuiszorg verrichtte.
Betrokkene exploiteert een bemiddelingsbureau dat zorgvragers en zorgverleners met elkaar in contact brengt. De zorgverlener [S.] heeft in de periode april 1997 tot februari 1998 via betrokkene arbeid verricht. Appellant stelde dat er sprake was van een arbeidsverhouding met verzekeringsplicht op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten, mede gebaseerd op een gezagsverhouding.
De Raad overweegt dat een gezagsverhouding vereist dat de werkgever aanwijzingen en instructies kan geven. In deze zaak bepaalt de zorgverlener zelfstandig de aard en omvang van de werkzaamheden na bemiddeling door betrokkene. Er is onvoldoende bewijs van een gezagsverhouding. Daarom ontbreekt een essentieel kenmerk van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en is er geen verzekeringsplicht. De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat appellant opdraagt een nieuw besluit te nemen en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Er is geen gezagsverhouding en dus geen verzekeringsplicht; appellant moet een nieuw besluit nemen conform de uitspraak.