ECLI:NL:CRVB:2006:AX8928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellante, die een Duitse Erwerbsunfähigkeitsrente ontving en geen arbeidsverleden in Nederland had, begon in oktober 2000 met beperkte werkzaamheden als keukenhulp. Kort daarvoor was zij medisch onderzocht en vastgesteld dat zij wegens diverse aandoeningen niet tot reguliere arbeid in staat was. Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij bij aanvang van de verzekering reeds geheel arbeidsongeschikt was.
Appellante voerde aan dat zij niet volledig arbeidsongeschikt was bij aanvang omdat zij meer dan een jaar had gewerkt en een reumatoloog haar niet geheel arbeidsongeschikt achtte. Tevens stelde zij dat het UWV na de hoorzitting informatie had ingewonnen zonder haar te horen, wat volgens haar in strijd was met het hoor en wederhoor-beginsel.
De Raad wees het beroep op het hoor en wederhoor-beginsel af omdat de aanvullende informatie geen nieuw relevant feit vormde. De Raad oordeelde dat appellante bij aanvang van haar verzekering geheel arbeidsongeschikt was, gebaseerd op medische rapporten van verzekeringsartsen en het feit dat zij een volledige Erwerbsunfähigkeitsrente ontving. Het feit dat zij beperkt werkte, leidde niet tot een ander oordeel. Ook het standpunt van de reumatoloog werd verworpen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante bij aanvang van haar verzekering reeds geheel arbeidsongeschikt was.