ECLI:NL:CRVB:2006:AX8936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, administratief medewerkster, viel in 1992 uit wegens rechterschouderklachten en ontving een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat betrokkene in staat is tot matig zwaar werk met minder dan 15% verlies aan verdiencapaciteit. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen besloot de WAO-uitkering te beëindigen per 30 oktober 2001.
Betrokkene maakte bezwaar met medische informatie van haar huisarts en fysiotherapeut, die volledige arbeidsongeschiktheid aannamen. De bezwaarverzekeringsarts handhaafde het eerdere oordeel. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een ondeugdelijke motivering omtrent de actualiseringsdatum van geselecteerde functies, met name de functie suppoost-museum.
In hoger beroep stelt de Raad dat de overschrijding van de actualiseringsdatum van circa 18 maanden niet significant is om de functie als onrealistisch te bestempelen. De medische beoordeling is zorgvuldig en er zijn geen nieuwe medische gegevens die tot een ander oordeel leiden. De arbeidskundige schatting berust op drie functies die samen voldoende arbeidsplaatsen vertegenwoordigen. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond, waarmee de beëindiging van de WAO-uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.