ECLI:NL:CRVB:2006:AX8938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek AAW-WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om herziening van een besluit uit 1994 waarbij haar AAW- en WAO-uitkeringen werden ingetrokken vanwege een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Dit verzoek was gebaseerd op een nieuwe medische rapportage van dr. Borghouts met een andere diagnose.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de nieuwe rapportage geen wezenlijk nieuwe feiten bevatte die tot herziening konden leiden. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de beperkingen van appellante, zoals vastgesteld in 1994, ook zouden gelden als de nieuwe diagnose destijds bekend was geweest.
De Raad oordeelt dat het UWV in redelijkheid heeft kunnen besluiten niet terug te komen op het eerdere besluit. De rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en de primaire verzekeringsarts ondersteunen dit standpunt. Er is geen sprake van strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels of algemene rechtsbeginselen.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. De beslissing is genomen door K.J.S. Spaas en uitgesproken op 13 juni 2006.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking van de AAW-WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten.