ECLI:NL:CRVB:2006:AX8940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid per 17 oktober 1998
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 1 juni 1997 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na diverse procedures werd bij besluit van 14 juli 2003 de uitkering herzien en vastgesteld op 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid per 17 oktober 1998. Appellante voerde aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat zij niet vooraf medisch was onderzocht en dat haar beperkingen waren onderschat.
De Raad oordeelde dat het dossieronderzoek door de bezwaarverzekeringsarts toereikend was gezien de uitgebreide medische informatie en dat een nieuw medisch onderzoek weinig toegevoegde waarde zou hebben. De arbeidskundige beoordeling werd eveneens als voldoende gemotiveerd beschouwd, waarbij ondanks discussie over opleidingsniveau nog voldoende passende functies werden vastgesteld.
Medische rapportages van neurologen en KNO-artsen bevestigden dat de beperkingen van appellante binnen het vastgestelde belastbaarheidspatroon vielen. De Raad vond geen aanwijzingen dat het UWV de beperkingen had onderschat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid per 17 oktober 1998 wordt bevestigd.