ECLI:NL:CRVB:2006:AX8946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.P.M. van de Kerkhof
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitlooptermijn bij herziening WAO-uitkering na langdurige arbeidsongeschiktheid
Betrokkene, arbeidsongeschikt sinds 1977 en sinds 1978 WAO-uitkeringsgerechtigde, kreeg in 2002 een herziening van zijn uitkering van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Dit was gebaseerd op medisch en arbeidsdeskundig onderzoek, waarbij een functionele mogelijkhedenlijst en passende functies werden gebruikt.
Appellant stelde een uitlooptermijn van twee maanden in acht voorafgaand aan het besluit. De rechtbank oordeelde echter dat vanwege de lange duur van de uitkering een uitlooptermijn van zes maanden passend was, en vernietigde het besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de beleidsregels van het Besluit einde wachttijd en uitlooptermijnen WAO, WAZ en WAJONG 1999 duidelijk maken dat voor betrokkene de uitlooptermijn van twee maanden geldt, niet die van zes maanden.
De Raad benadrukt dat betrokkene geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid, zodat de Raad deze niet kan herzien. Het geschil betreft alleen de uitlooptermijn. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond, waarmee het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.