ECLI:NL:CRVB:2006:AX9005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen arbeidsinkomsten
Appellant ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het College trok de bijstand over de periode 1 januari 2001 tot en met 28 februari 2001 in en herzag de bijstand van 1 maart 2001 tot en met 16 maart 2001 omdat appellant verzwegen inkomsten uit arbeid had. Het College vorderde €2.170,68 terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet had gewerkt.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Uit looninformatie van V.o.f. Breka en gegevens van de Belastingdienst blijkt dat appellant in de betreffende periode als schoonmaker werkte. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze gegevens onjuist zijn, noch dat hij de werkgever of politie heeft benaderd over het vermeende misbruik van zijn sofinummer. De Raad bevestigt daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand.
De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door R.H.M. Roelofs en uitgesproken op 20 juni 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand wordt bevestigd.