ECLI:NL:CRVB:2006:AX9170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante, werkzaam als medewerkster staf vermogensbeheer, kreeg een WAO-uitkering wegens fibromyalgie en gewrichtsklachten. Na onderzoek door verzekeringsarts Meels en arbeidsdeskundige Huijnen werd zij geschikt geacht voor haar eigen werk in volle omvang, waarna het UWV haar WAO-uitkering introk per 17 maart 2003.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV niet onzorgvuldig had gehandeld door geen aanvullende medische informatie op te vragen bij de behandelend sector. Ook werden de bevindingen van een natuurgeneeskundig therapeut niet als voldoende bewijs erkend omdat WAO-beperkingen medisch op reguliere wijze moeten worden vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, onder meer over het niet inwinnen van recente medische gegevens en haar onvermogen om haar werk volledig te verrichten. De Raad concludeerde echter dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat appellante op de datum van het besluit geschikt was voor haar eigen werk. De eerdere uitspraak werd bevestigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk.