ECLI:NL:CRVB:2006:AX9297
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening wegens uitblijven nadere beslissing UWV in WAJONG-zaken
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om spoedig een nieuw besluit van het UWV te verkrijgen. De rechtbank had bepaald dat het UWV een nadere beslissing op bezwaar moest nemen, maar het UWV kwam deze verplichting niet tijdig na.
De voorzieningenrechter heeft eerder een voorlopige voorziening toegewezen om het UWV te verplichten binnen twee weken een beslissing te nemen. Het UWV heeft hieraan geen gehoor gegeven, waarna verzoeker opnieuw een voorlopige voorziening heeft gevraagd.
Na het nemen van de nadere beslissing door het UWV op 19 mei 2006 is het belang bij het verzoek om voorlopige voorziening komen te vervallen. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan verzoeker wordt vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het UWV inmiddels een nadere beslissing heeft genomen.