ECLI:NL:CRVB:2006:AX9299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- S. Sweep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na intrekking WAO-uitkering en overeenstemming over vergoedingen
Appellante was het niet eens met de intrekking van haar WAO-uitkering door het UWV, welke was vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% met ingang van 1 november 1994. Na bezwaar en een bestreden besluit dat het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde appellante hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuwe beslissing genomen waarbij het oorspronkelijke besluit en de intrekking niet langer werden gehandhaafd. Er werd overeenstemming bereikt over de uitbetaling van de WAO-uitkering vanaf 1994, inclusief wettelijke rente, indexering van loonsverhogingen en een regeling omtrent belastingschade. Hierdoor was er feitelijk geen geschil meer tussen partijen.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep daardoor niet-ontvankelijk was wegens verlies aan belang. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, inclusief griffierechten en kosten van rechtsbijstand in zowel eerste aanleg als hoger beroep. Ook werden de kosten van een deskundigenrapportage door dr. Matser redelijk geacht en vergoed.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 9 juni 2006 en is niet meer aan een rechtsmiddel onderhevig.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens verlies aan belang na intrekking van het bestreden besluit en overeenstemming over vergoedingen.