ECLI:NL:CRVB:2006:AX9303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing bijzondere bijstand orthodontiekosten
Appellant heeft bij het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen bijzondere bijstand aangevraagd voor orthodontiekosten van zijn partner. Deze aanvraag werd door het College afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze afwijzing, maar de uitspraak werd ondertekend door een andere rechter dan degene die de zitting leidde, wat in strijd is met de Awb.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank. Omdat partijen geen terugwijzing naar de rechtbank hebben verzocht en de Raad geen aanleiding ziet, wordt de zaak inhoudelijk door de Raad zelf behandeld en afgedaan.
De Raad overweegt dat de Ziekenfondswet een passende voorziening biedt voor tandheelkundige hulp, waardoor bijzondere bijstand op grond van artikel 15 WWB Pro in principe niet toekomt. Alleen bij zeer dringende redenen, zoals een acute noodsituatie, kan op grond van artikel 16 WWB Pro bijstand worden verleend. De medische verklaringen en het proces-verbaal tonen echter aan dat er geen sprake is van een acute noodsituatie.
De Raad concludeert dat het College terecht de bijzondere bijstand heeft geweigerd en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bijzondere bijstand voor orthodontiekosten wordt geweigerd.