ECLI:NL:CRVB:2006:AX9312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als schoonmaakster en viel uit wegens spanningsklachten en hyperventilatie. Het UWV had haar WAO-uitkering ingetrokken op grond van een vermindering van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV het besluit heeft genomen met behulp van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS), dat in beginsel aanvaardbaar is, maar dat de motivering en toelichting van het besluit onvoldoende waren om de beoordeling goed te kunnen toetsen. Hoewel het arbeidskundig rapport voldoende inzicht gaf in de belastbaarheid, ontbrak een deugdelijke motivering bij het besluit op bezwaar.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen ervan op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De medische grondslag van de beoordeling wordt als juist beschouwd, en er is geen aanleiding voor nader medisch onderzoek.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.