ECLI:NL:CRVB:2006:AX9445

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 mei 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-432 WVG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.M.T. Berkel-Kikkert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wvg
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing financiële tegemoetkoming autokosten onder Wvg wegens adequaat regiotaxivervoer

Appellant had een aanvraag ingediend voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van zijn auto op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede wees deze aanvraag af, stellende dat appellant gebruik kan maken van de regiotaxi, een collectief vraagafhankelijk vervoer dat prioriteit heeft in de gemeentelijke verordening.

Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het College ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Hij voerde aan dat de regiotaxi geen adequaat vervoermiddel voor hem is, omdat hij dagelijks de moskee bezoekt, boodschappen doet en regelmatig medicijnen ophaalt, activiteiten die volgens hem alleen met de eigen auto mogelijk zijn.

De Raad overwoog dat het gemeentebestuur verplicht is verantwoorde voorzieningen te bieden zodat gehandicapten in hun woonomgeving kunnen deelnemen aan het sociale leven. Er is geen medische contra-indicatie tegen het gebruik van de regiotaxi door appellant en het gebruik van de regiotaxi is mogelijk tegen een gereduceerd tarief zonder aantoonbare beperkingen in het aantal ritten.

Hoewel het gebruik van de eigen auto voor appellant gemakkelijker is vanwege minder planning, betekent dit niet dat de regiotaxi geen adequaat vervoer is in het kader van de Wvg. De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Arnhem. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De afwijzing van de financiële tegemoetkoming voor autokosten wordt bevestigd omdat de regiotaxi als adequaat vervoermiddel geldt.

Uitspraak

05/432 WVG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] , wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 20 december 2004 , 04/1702 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede (hierna: College).
Datum uitspraak: 3 mei 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. L. Veenstra, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 22 maart 2006. Partijen zijn - met voorafgaand bericht - niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Voor een overzicht van de in geding van belang zijnde feiten verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier, wat de feiten betreft, met het volgende.
Het College heeft bij besluit van 18 februari 2004 de aanvraag van appellant om een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van zijn auto op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) afgewezen. Het tegen dit besluit door appellant gemaakte bezwaar is bij besluit van 2 juli 2004 door het College ongegrond verklaard. Hieraan ligt het standpunt ten grondslag dat appellant, gelet op het advies van Volksgezondheid/GGD Hulpverlening Gelderland Midden van
30 januari 2004, gebruik kan maken van het collectief vraagafhankelijk vervoer: Regiotaxi De Vallei (hierna: regiotaxi), waaraan in de Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Ede 2002 prioriteit is toegekend.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 2 juli 2004 van het College ongegrond verklaard.
Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft - evenals in beroep - als grief aangevoerd dat de regiotaxi voor hem geen adequaat vervoermiddel is, omdat hij dagelijks de moskee bezoekt en boodschappen doet en regelmatig voor het ophalen van medicijnen naar de apotheek gaat. In de visie van appellant is het vervoer in dat kader alleen mogelijk met de eigen auto.
Beoordeling van de grief
Een gemeentebestuur, als het bestuur van de gemeente Ede, is blijkens artikel 3 van Pro de Wvg in ieder geval gehouden om verantwoorde voorzieningen aan te bieden, waaruit volgens vaste jurisprudentie van de Raad voortvloeit dat - voor zover het om vervoer gaat - zodanige voorzieningen moeten worden geboden dat de ter plaatse wonende gehandicapten ten minste in staat worden gesteld om in hun directe woon- en leefomgeving in aanvaardbare mate sociale contacten te onderhouden en deel te nemen aan het leven van alledag.
Vast staat dat er geen medische contra-indicaties bestaan tegen het gebruik van de regiotaxi door appellant. Van de regiotaxi kan gebruik worden gemaakt tegen gereduceerd openbaar vervoertarief. Gesteld noch gebleken is dat aan het aantal te maken ritten met de regiotaxi een beperking is gesteld. De Raad ziet dan ook niet in waarom het voor appellant niet mogelijk zou zijn voor de door hem genoemde bezoeken aan de moskee en voor het doen van boodschappen, waaronder het bezoek aan de apotheek, gebruik te maken van de regiotaxi. De Raad onderkent dat het gebruik van de eigen auto gemakkelijker voor appellant is omdat dit minder planning vereist, maar dat maakt niet dat de regiotaxi geen adequaat vervoer in het kader van de Wvg zou zijn.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het beroep geen doel treft en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. Voor een proceskostenveroordeling is, gelet hierop, geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier, uitgesproken in het openbaar op
3 mei 2006.
(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert
(get.) R.L. Rijnen.
TG04042006