ECLI:NL:CRVB:2006:AX9556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kinderbijslag en opdracht tot nieuw besluit
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de weigering van kinderbijslag over de periode van het vierde kwartaal 2001 tot en met het derde kwartaal 2002. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had het besluit gehandhaafd met de motivering dat de kinderen niet tot het huishouden van appellant behoorden en dat appellant niet voldeed aan de onderhoudseis.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Tijdens de zitting bij de Raad stelde de Svb zich echter op het standpunt dat er geen breuk in het huishouden was ontstaan en dat de kinderen onverminderd tot het huishouden behoorden. De Raad onderschreef dit standpunt en vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak.
De Svb werd opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de bevindingen van de Raad. Tevens werd de Svb veroordeeld in de proceskosten van appellant voor zowel eerste aanleg als hoger beroep, inclusief vergoeding van griffierecht en reiskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van kinderbijslag wordt vernietigd en de Sociale verzekeringsbank wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.