ECLI:NL:CRVB:2006:AX9562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet voldoen aan 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig werknemer in de tuinbouw, meldde zich tijdens een vakantie in Marokko op 14 november 1988 ziek. Na terugkeer in Nederland werd hij per 6 maart 1989 door een verzekeringsarts als niet langer arbeidsongeschikt beschouwd. Appellant stelde op 19 mei 1989 blijvend arbeidsongeschikt te zijn geraakt en vroeg in 2001 via de CNSS een WAO-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds 7 november 1988.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de vereiste wachttijd van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat uit medische stukken en rapportages niet bleek dat appellant de vereiste periode onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beoordeling en bevestigde het besluit van het Uwv. Er was geen bewijs van een ononderbroken arbeidsongeschiktheidsperiode van 52 weken vanaf 14 november 1988, noch van een nieuwe ziekmelding op 19 mei 1989. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de verzekeringsarts en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het niet voldoen aan de vereiste periode van 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid.