ECLI:NL:CRVB:2006:AX9565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op kinderbijslag voor werkloos kind bij niet-verlengde inschrijving CWI
Appellante verzocht kinderbijslag voor haar zoon Reenard, die sinds februari 2002 werkloos was en ingeschreven stond bij het CWI. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde kinderbijslag over het tweede kwartaal 2002 wegens verwijtbare werkloosheid en over het derde en vierde kwartaal omdat Reenard niet als werkloos kind geregistreerd stond bij het CWI op de peildata.
Appellante voerde aan dat de niet-verlenging van de inschrijving bij het CWI niet verwijtbaar was vanwege de psychische gesteldheid van Reenard en de moeilijke gezinssituatie. Zij overhandigde rapporten ter onderbouwing. De Svb handhaafde het standpunt alleen voor het derde en vierde kwartaal, niet voor het tweede kwartaal.
De rechtbank Groningen verwierp het beroep, stellende dat onvoldoende bewijs was geleverd voor de psychische gesteldheid die verwijtbaarheid uitsluit. De Raad overwoog dat Reenard bewust zijn inschrijving niet verlengde vanwege een sollicitatieprocedure bij de landmacht en dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende aannemelijk maakten dat het verzuim verontschuldigbaar was.
De Raad vernietigde het besluit en uitspraak voor het tweede kwartaal 2002, maar bevestigde de weigering voor het derde en vierde kwartaal. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het tweede kwartaal 2002 en ongegrond voor het derde en vierde kwartaal; kinderbijslag wordt geweigerd voor het derde en vierde kwartaal.