ECLI:NL:CRVB:2006:AX9576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende zorgvuldige voorbereiding van WAO-besluit door UWV
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een WAO-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat de aanvraag niet eerder dan één jaar voor de datum van aanvraag kan ingaan en appellant op dat moment reeds 65 jaar was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin werd vastgesteld dat appellant zonder geldige reden weigerde mee te werken aan medische onderzoeken, waardoor arbeidsongeschiktheid buiten aanmerking werd gelaten.
In hoger beroep voert appellant aan dat hij sinds 1986 volledig arbeidsongeschikt is en dat hij niet heeft geweigerd mee te werken aan medische onderzoeken. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV niet adequaat heeft gereageerd op het schrijven van appellant van 24 oktober 2001 en het verzoek tot toekenning van een WAO-uitkering niet zorgvuldig heeft voorbereid.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en het griffierecht.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen na nader onderzoek.