ECLI:NL:CRVB:2006:AX9581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag op grond van niet voldoen aan de 3-maanden eis
Appellant ontving tot eind 2002 kinderbijslag voor zijn in Marokko verblijvende kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) verscherpte per 1 januari 2001 haar beleid en stelde dat het voortbestaan van het gezamenlijke huishouden met achtergebleven gezinsleden eindigt zodra de verzekerde als ingezetene van Nederland wordt aangemerkt, tenzij hij feitelijk meer dan drie maanden per jaar in het land van herkomst verblijft.
Appellant voldeed niet aan deze '3-maanden eis' en kon niet aantonen substantieel bij te dragen in het onderhoud van zijn kinderen. Hij stelde dat deze eis discriminerend was en in strijd met internationale verdragen zoals het IVBPR en het EVRM. De Raad oordeelde echter dat de eis gebaseerd is op objectieve criteria en geen verboden onderscheid naar nationaliteit inhoudt.
De Raad bevestigde het besluit van de Svb en de uitspraak van de rechtbank dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag onder het huidige beleid. Tevens wees de Raad proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door T.L. de Vries op 23 juni 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellant niet voldoet aan de 3-maanden eis.