ECLI:NL:CRVB:2006:AX9584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens overschrijding termijn AOW-uitkering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin de toekenning van een AOW-uitkering werd geweigerd omdat niet was aangetoond dat appellant verzekerd was geweest. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellant stelde dit in hoger beroep ter discussie.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door partijen niet vooraf de gelegenheid te geven hun standpunt over de ontvankelijkheid kenbaar te maken, wat volgens de Raad wel vereist is uit oogpunt van behoorlijke procesorde. Desondanks kon het hoger beroep niet slagen omdat appellant niet tijdig beroep had ingesteld en geen omstandigheden had aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat geen gronden aanwezig waren voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. De beslissing werd genomen door voorzitter T.L. de Vries en uitgesproken op 23 juni 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.