ECLI:NL:CRVB:2006:AX9723
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van eerdere uitspraak inzake uitkeringen vervolgingsslachtoffers
In deze zaak heeft verzoeker een verzoek om herziening ingediend tegen de uitspraak van de Raad van 21 augustus 2003, waarin zijn beroep ongegrond werd verklaard. Het verzoek om herziening is ingediend naar aanleiding van een berekeningsbeschikking van 31 maart 2002, waarbij de korting op de periodieke uitkering van verzoeker wegens inkomsten uit eigen bedrijf over het kalenderjaar 1999 definitief werd vastgesteld. Verzoeker stelt dat de oprichtingsdatum van zijn vennootschap onder firma onjuist is weergegeven in het Handelsregister en dat de Belastingdienst om formele redenen zijn aandeel in de winst niet opnieuw heeft vastgesteld, hoewel er wel een herberekening heeft plaatsgevonden.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het rechtsmiddel van herziening enkel kan worden ingeroepen op basis van nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad concludeert dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen die niet eerder aan de orde zijn geweest in de eerdere procedure. De argumenten van verzoeker zijn reeds eerder besproken of hadden in de eerdere procedure naar voren gebracht kunnen worden. De Raad stelt vast dat verzoeker door zijn toenmalige gemachtigde niet op de hoogte is gesteld van de zitting, maar dat dit voor zijn eigen rekening en risico komt.
De Raad wijst het verzoek om herziening af, omdat er geen grond is voor herziening van de eerdere uitspraak. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep, met G.L.M.J. Stevens als voorzitter en H.R. Geerling-Brouwer en R. Kooper als leden, en is openbaar uitgesproken op 22 juni 2006.