ECLI:NL:CRVB:2006:AX9726

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-1082 WUBO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945Art. 6:11 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding bij aanvraag uitkering burger-oorlogsslachtoffers

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarin zijn aanvraag voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 werd afgewezen. Het bezwaar werd door de verweerster niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van dertien weken.

Appellant voerde aan dat hij het besluit met vertraging ontving omdat hij in een afgelegen gebied in Indonesië woont en gebruikmaakt van het adres van zijn zus voor postontvangst. Tevens stelde hij ziek te zijn geweest zonder doktersverklaring en financiële problemen te hebben gehad. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden voor rekening en risico van appellant komen en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

De Raad achtte het beroep daarom ongegrond en zag geen aanleiding om af te wijken van de niet-ontvankelijkverklaring. Ook werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. Het beroep werd in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2006 door H.R. Geerling-Brouwer.

Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Uitspraak

06/1082 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats] (Indonesië) (hierna: appellant),
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 22 juni 2006
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 30 november 2005, kenmerk JZ/1/90/2005, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2006, waar appellant niet is verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 13 april 2005 heeft verweerster afwijzend beslist op de door appellant gedane aanvraag om toekenning van, onder meer, een periodieke uitkering ingevolge de Wet. Dit besluit is door tussenkomst van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Jakarta op 20 april 2005 aan appellant toegezonden.
Tegen dat besluit heeft appellant bezwaar gemaakt bij schrijven van 8 augustus 2005.
Bij het bestreden besluit heeft verweerster appellant in zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de voor indiening van een bezwaarschrift ingevolge artikel 54 van Pro de Wet in dit geval geldende termijn van dertien weken. In dat verband is overwogen dat de door appellant met betrekking tot de termijnoverschrijding aangevoerde omstandigheden niet van dien aard zijn dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit in rechte kan standhouden. De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
Vaststaat dat de voor de indiening van een bezwaarschrift te dezen geldende termijn is overschreden.
Ter verklaring van de termijnoverschrijding is door appellant aangevoerd dat hij het besluit met vertraging heeft ontvangen, daar hij zelf te afgelegen woont om post te ontvangen en daarom het adres van zijn zus [naam zus] daarvoor gebruikt. Ook was hij ziek, maar hij kan geen doktersverklaring overleggen omdat hij daarvoor geen geld heeft. Om een postzegel te kunnen kopen heeft hij zelfs geld moeten lenen. Het leven in Indonesië voor hem en zijn gezin is moeilijk en vol armoede, aldus appellant.
De Raad ziet evenals verweerster in deze omstandigheden geen grond de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Hij overweegt daartoe dat deze omstandigheden voor rekening en risico van appellant komen.
Gezien het voorgaande ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat een niet-ontvankelijkverklaring in dit geval achterwege had dienen te blijven. Hetgeen overigens is aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen leiden. Voor zover appellant in het beroepschrift gronden heeft aangevoerd met betrekking tot de afwijzing van zijn aanvraag, merkt de Raad nog op dat - gelet op onderhavig punt van geschil - de Raad aan die beoordeling niet toekomt.
Het beroep van appellant dient derhalve ongegrond te worden verklaard.
De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.R. Geerling-Brouwer. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2006.
(get.) H.R, Geerling-Brouwer.
(get.) E. Heemsbergen.
HD
1.06