ECLI:NL:CRVB:2006:AX9733
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afwijzing uitkering vervolgingsslachtoffer KNIL-dienst
Appellant, geboren in 1919 in voormalig Nederlands-Indië, diende in december 1994 een aanvraag in voor een periodieke uitkering als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij als militair van het KNIL krijgsgevangenschap had ondergaan tijdens de Japanse bezetting. Verweerster wees de aanvraag af wegens het niet voldoen aan de nationaliteits- en territorialiteitsvoorwaarden en de gehanteerde richtlijnen omtrent dienstverband en vervolging.
In januari 2005 verzocht appellant om herziening van dit besluit, maar verweerster handhaafde de afwijzing omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien. De Raad toetste dit verzoek en concludeerde dat de aangevoerde verklaringen en documenten geen nieuwe objectieve gegevens bevatten die het eerdere oordeel konden wijzigen.
De Raad benadrukte dat appellant niet voldeed aan de criteria van vervolging gedurende de gehele bezettingsperiode en een dienstverband van ten minste tien jaar bij het KNIL. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening van de uitkering wordt afgewezen.