ECLI:NL:CRVB:2006:AX9737
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervolgaanvraag bijzondere voorziening gebitsklachten na gebitsrehabilitatie
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer op grond van zijn Joodse afkomst, verzocht om een bijzondere voorziening voor nadere kosten in verband met gebitsklachten na een eerdere eenmalige gebitsrehabilitatie in 1990. Verweerster wees dit verzoek af omdat de huidige klachten het gevolg zijn van een degeneratieve wortelbreuk, die niet wordt gezien als een gevolg van de vervolging.
Appellant stelde dat de huidige gebitsproblemen voortkomen uit de onjuiste behandeling tijdens de oorlog, maar de Raad oordeelde dat het beleid van een eenmalige vergoeding voor gebitsrehabilitatie in dergelijke gevallen geldt en dat er geen aanleiding is voor een uitzondering. De Raad stelde vast dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van belang.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kan blijven en wees het beroep ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door H.R. Geerling-Brouwer op 22 juni 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het afwijzend besluit op bezwaar is ongegrond verklaard.