ECLI:NL:CRVB:2006:AY0097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verhuis- en herinrichtingskosten wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, erkend als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht om vergoeding van verhuis- en herinrichtingskosten en een huurbijdrage. Zij was verhuisd naar een seniorenwoning vanwege lichamelijke klachten gerelateerd aan diabetes en vaatlijden, waarvoor zij dag- en nachtverzorging nodig had.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvragen af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was vanwege de psychische klachten die voortvloeien uit de vervolging. De Raad oordeelde dat alleen psychische klachten in verband met de vervolging erkend zijn, niet de lichamelijke klachten. Uit medisch onderzoek bleek dat de verhuizing vooral noodzakelijk was vanwege de lichamelijke beperkingen.
De Raad volgde deze beoordeling en stelde vast dat de psychische klachten niet de verhuizing noodzakelijk maakten. Ook de huurbijdrage werd afgewezen omdat deze alleen wordt toegekend bij verhuizingen die medisch noodzakelijk zijn vanwege causale ziekten of gebreken. Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk was vanwege haar psychische klachten uit de vervolging.