ECLI:NL:CRVB:2006:AY0098

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-2614 TW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
ToeslagenwetWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringZiektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering toeslag op grond van Toeslagenwet wegens inkomsten boven minimumloon

Appellante heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het UWV om haar per 1 januari 2002 geen toeslag toe te kennen op grond van de Toeslagenwet, omdat haar inkomsten hoger waren dan het minimumloon. Het UWV baseerde zich op uitkeringen volgens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Ziektewet.

De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV. In hoger beroep stelde de gemachtigde van appellante dat het UWV onjuiste inkomensgegevens had gebruikt, verwijzend naar bankafschriften met netto uitkeringsbedragen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV uitvoerig had toegelicht welke uitkeringen appellante per 1 januari 2002 ontving en dat er geen reden was om aan de juistheid van deze gegevens te twijfelen. Het hoger beroep was gebaseerd op onjuiste feitelijke aannames en werd daarom afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de toeslag omdat de inkomsten van appellante hoger waren dan het minimumloon.

Uitspraak

04/2614 TW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 5 april 2004, kenmerk 03/998 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 30 juni 2006
I. PROCESVERLOOP
Mr. H. Brouwer, advocaat te Utrecht, heeft namens appellante hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 mei 2006. Appellante is niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. H.J. van Werven.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 22 mei 2002 heeft het Uwv geweigerd appellante per 1 januari 2002 in aanmerking te brengen voor een toeslag ingevolge de Toeslagenwet, aangezien haar inkomsten, bestaande uit een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en ziekengeld ingevolge de Ziektewet, per die datum hoger was dan het wettelijk minimumloon.
Dit besluit is gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 8 april 2003 (hierna: het bestreden besluit).
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
De gemachtigde van appellante houdt ook in hoger beroep staande dat het Uwv van onjuiste inkomensgegevens is uitgegaan. Hij verwijst daarbij naar de (netto) uitkeringsbedragen die blijkens diverse bankafschriften betaalbaar zijn gesteld.
Het Uwv heeft in de loop van de procedure een en andermaal uitvoerig uiteengezet op welke arbeidsongeschiktheids- en ziekengelduitkeringen appellante per 1 januari 2002 recht had en aan haar zijn uitbetaald. De Raad heeft, evenals de rechtbank, geen enkele reden om aan de juistheid van de door het Uwv gehanteerde bedragen te twijfelen.
Het hoger beroep is gebaseerd op onjuiste feitelijke aannames en treft dan ook geen doel. De aangevallen uitspraak komt mitsdien voor bevestiging in aanmerking.
Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van N.E. Nijdam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2006.
(get.) J. Janssen.
(get.) N.E. Nijdam.